stedenbouwkundig onderzoek

scenografie

architectuur als ambacht

biografie

contact

hersenspinsels*






Architectuur als ambacht
Schetsen met een potlood is iets wezenlijk anders dan tekenen in de computer; eigenhandig bouwen is iets heel anders dan een uitvoerder aansturen. Maar wat is dat dan toch? Direct contact met het materiaal en het eindproduct waardoor je altijd nog kunt blijven veranderen, schaven, nieuwe oplossingen verzinnen? Creativiteit waarbij ook het lichaam een rol speelt in plaats van alleen de geest, zoals Richard Sennet in The Craftsman betoogt? Het is belangrijk om in contact te blijven met de uitvoerderskant van ontwerpen. Niet voor niets is de architect van oorsprong de 'hoogste-timmerman' (archi-tekton): oftewel one-of-the-guys en geen vreemde buitenstaander die niks begrijpt van hoe je stenen stapelt.

Artikelen:
Craft: ambacht of vakmanschap *
Archined, 31.10.16

Hoe doe je dat eigenlijk?! *
Archined, 19.01.17


Camposaz
Violette Baudet in samenwerking met 12 architecten uit heel Europa, Rotterdam
22-31 juli 2016
foto's: Sebastian Apostol

 
 

 
 
 

Toen huizen nog zonder hoogwerker gebouwd werden, vormden de mogelijkheden en beperkingen van de handwerksman het speelveld van de architectuur. Vóór het tijdperk van grootschalig gebruik van robots, machines en fabrieken, waren de grenzen van mogelijkheden van de bouwvakker de grenzen van mogelijkheden van de architectuur.

In de twintigste eeuw verving de machine op grote schaal de handwerkman. Een machine kan niet alleen zwaarder tillen, maar vooral meer van hetzelfde en sneller produceren, staat dag en nacht aan en heeft geen onverwachte afwijkingen. Standaardisatie en massaproductie waren de toekomst. De architectuur heeft zich met volle overgave gestort op de industriële manier van bouwen: grote hoeveelheden productie, standaardproducten, geoptimaliseerde oplossingen. Bouwelementen werden steeds vaker volledig in fabrieken gemaakt en enkel nog op de bouwplaats in elkaar geschoefd. Zo werd bouwen goedkoper, efficiënter, eenzijdiger. Niet alleen de fysieke onderdelen van de bouw raakten gestandaardiseerd, maar ook de bouwprocessen. Vergunningen, NEN-normen, Eurocodes, alles is vastgelegd in regels en voorschriften. In reglementen zoals het Bouwbesluit, ooit begonnen ter bescherming van de gebruiker, werden minimale maten in de praktijk al snel maximale maten. Geen projectontwikkelaar denkt erover een minimale plafondhoogte van 2.60 meter eens wat ruimer te maken. Ruimte is geld.

Nu de bouwwereld door de financiële wereld meegetrokken is in het ravijn, blijkt de bouwketen niet meer te functioneren. De crisis in de bouw heeft blootgelegd dat er niet zomaar kan worden doorgebouwd op de manier waarop we dat nu doen. De hoog-geïndustrialiseerde en gestandaardiseerde bouw biedt niet langer het recept voor oplossingen. Grote bouwbedrijven zien hun verdienmodellen in rook opgaan: de standaardwoning levert niet meer zoveel op als vroeger, de bouwproducten zijn te duur, transportkosten te hoog. De crisis in de bouw heeft niet alleen gevolgen voor hoeveel we bouwen, maar ook hoe we bouwen. Het is niet meer mogelijk om iedere bedachte vorm te construeren en uit te voeren. Een extra kilo staal wordt niet zomaar aangerukt. Met het wegvallen van de ‘ongekende mogelijkheden’ in vormgeving dient zich een nieuwe vraag aan. Voor ontwerpers en bouwers ontstaat de vraag hoe dan wél kwalitatief bijzondere ruimtes te maken, wanneer budgetten minimaal zijn, materiaal en arbeid steeds duurder worden waardoor het gevaar van prefabarchitectuur op de loer ligt.

Is het niet tijd om na te denken over nieuwe productiemethoden buíten de gestandaardiseerde bouwketen van producten om?

Dit onderzoek streeft ernaar vergeten of in ongebruik geraakte technieken en methoden op te sporen die zinvol kunnen zijn voor de hedendaagse bouwpraktijk. Wat gebeurt er als je niet meer bouwt met standaard bouwproducten, maar ontwerpt vanuit het ruwe basisproduct: in dit geval de boom?

In de Groninger bouwpraktijk zijn veel bouwtechnieken en – methoden te vinden die nooit gedocumenteerd zijn in boeken, niet gedoceerd worden aan universiteiten, noch worden doorgegeven in de praktijkscholen. Het betreft hier bijvoorbeeld gebruik van materiaal, bouwmethoden, klimatologische oplossingen, detailleringen. Technieken die bij elk bouwproject in elke tijd nodig zijn en steeds weer werden gebruikt. Laten we dit ‘vernacular darwinisme’ noemen: praktische kennis die in de loop der eeuwen doorgewerkt en geoptimaliseerd is voor ons klimaat, voor ons lichaam, voor onze (woon)behoeften.


‘Kijk, hier moet de bedstede hebben gezeten’, Harry Aalberts wijst op twee nagenoeg onzichtbare krasjes in de plafondbalk in de woonkamer. ‘De bedstede was 1.20 breed, dat is precies de overmaat van deze ruimte zie je, anders is hij niet symmetrisch. En daaronder zat de aardappelkelder en dan moet de trap naar beneden daar hebben gezeten.’ Wederom wijst hij op een ogenschijnlijk toevallige onregelmatigheid in de muur. Als we goed kijken, blijkt het een schuine lijn te zijn, het plafond van de oorspronkelijke trap naar de kelder. We zijn voor het eerst met Harry in de boerderij Middendijk. Waar wij toevallige slijtage of krasjes zien, ziet Harry een hele geschiedenis van een familie die hier woonde met vier kinderen en een boerenbedrijf. Als een chirurg loopt Harry door het huis. Hij ziet iedere ader, iedere spier, ieder stukje littekenweefsel. Deze balken zijn uit 1840, maar die in de andere ruimte zijn van tien jaar later, dat zie je omdat ze dunner zijn dan die andere en ze liggen ook dichter bij elkaar. Het huis moet dus voor een deel zijn vernieuwd, deels afgebrand waarschijnlijk. Dat zie je ook aan het metselwerk, hier zijn andere voegen. En deze balken, die hebben een ouief (een wàt?!), dat is een sierrandje over de lengte van de balk, dat hadden de Grieken al. Middendijk lijkt op het eerste gezicht een vervallen boerderij, een rotzootje waar veel aan geklooid is, maar wij beschouwen de boerderij als één geheel. Dankzij de archeologie die Harry Aalberts als een ‘zinsontleding’ toepast, het schikken van oorspronkelijke elementen, het ordenen van functionaliteiten, krijgen we onderscheidend vermogen in de historische lagen van de boerderij. Twee ogenschijnlijk gelijksoortige houten balken blijken uit een andere tijd te komen. Twee ogenschijnlijk dezelfde bakstenen zijn door hele andere handen en met andere technieken gemetseld. De dakrand is opgehoogd, zo’n borstwering is niet oorspronkelijk. De zoldertrap moet de oorspronkelijke keldertrap zijn geweest, dat raampje kan daar oorspronkelijk niet hebben gezeten, want daar zat de schoorsteen.

Met Blote Handen

onderzoek: Violette Baudet
i.s.m. Harry Aalberts en Guido Marsille
foto: Anneke A. de Boer

2014 - heden