Press "Enter" to skip to content

Van de schildpad en de haas

‘Sommige dingen moeten gewoon snel worden gemaakt’, zei de Vlaamse architect Paul Robbrecht eens over zijn concertgebouw in Brugge. Prijsvraag winnen, ontwerp uittekenen, heien, bouwen en hup twee jaar later is het klaar: een knaloranje bakbeest in het fijnmazige historische centrum.

Vaak zien we het omgekeerde: dingen die langzaam tot stand komen hebben meer kwaliteit, zoals veel gebouwen in historische steden. Langzaam bouwen was geen bewuste keuze, maar een noodgedwongen gevolg van brand, blikseminslag, oorlog, instorting of lege kas. Dat zien we vrij expliciet bij de gotische kathedralen, waar toeristenbordjes in verschillende kleuren de bouwperiodes aanduiden die stuk voor stuk enkele generaties bloed, zweet en tegenslag representeren. Koor 1145, schip 1180, voorportaal 1215, brand 1293… en dan lag zo’n kerk er weer gewond bij. Maar een gewond gebouw bood ook kansen voor vernieuwing van de architectuur, niet in de laatste plaats omdat de verantwoordelijke bisschop, bouwmeester of beeldhouwer toch allang niet meer leefde. Veel kathedralen werden zo vergaarbakken van stijlen, ornamenten en bouwmethoden. Chartres kreeg na driehonderd jaar een totaal andere tweede toren en de kathedraal van Beauvais is nog steeds niet afgebouwd.

Die flexibiliteit heeft een enorme kracht: de mogelijkheid zich aan te passen aan nieuwe ruimtelijke behoeften, smaak en voorkeuren. Een onaf of gewond gebouw toont zich in z’n kwetsbaarheid, maakt dat je je er op een nieuwe manier toe kunt verhouden; het kan daarom van iedereen worden. 

Een andere kerk waar nogal lang over gedaan wordt, is de Sagrada Familia in Barcelona. Alleen daar leidt de onaffe situatie juist niet tot verandering van plannen. We proberen nu al honderd jaar lang precies het ontwerp van het wereldberoemde genie Antonio Gaudí voort te zetten door zo goed als het kan in zijn hoofd te kruipen. Bij de Sagrada Familia heeft de mate van onafheid geen enkele invloed op het ontwerp; verandering van inzicht is niet aan de orde. Straks is de kerk af en is zij voor altijd perfect, onaantastbaar en helemaal alleen van Gaudí. Nee, dan de Middeleeuwers, die waren tenminste flexibel. Zou de Sagrada Familia niet veel sterker zijn als zij nooit wordt afgebouwd?

Een onaf gebouw is leuk. Je kunt je ertoe verhouden, het draagt de belofte van verandering in zich, doet onverwachte dingen. En daarin lijkt een onaf gebouw wel wat op een extreem snel ontworpen gebouw. Zo snel ontworpen dat je niet alles in de hand hebt. Sneller dan de dienstdoende stedenbouwkundige kan beginnen over de principes van Jan Gehl, sneller dan de buurt bezwaren kan maken, sneller dan de bouwkosten gemoeid met lange bouwtijd, steigers en onderaannemers gecompenseerd worden met bezuinigingen op alles wat raar en overbodig is. Sneller dan de twijfel.

Concertgebouw Brugge

En dan maak je dus bijvoorbeeld een oranje bakbeest; een ruimtelijke ervaring die je niet eerder had, een gebouw zo lomp dat het alles kan hebben; een gebouw zo fascinerend dat je erbij wil horen. Een gebouw waarin niet alles tot in de puntjes is uitgedacht, waar niet elke beslissing volledig is doorgedacht of van tevoren voorzien. Dan krijg je restruimtes, onbestemde hoeken, vreemde trappen. Zo’n gebouw waar mensen met de tijd hun eigen invulling aan kunnen geven. Een gebouw dat zich door z’n enorme snelheid openstelt voor eindeloos trage aanpassingen. 

Misschien hebben extreem snel en extreem langzaam ontworpen gebouwen wel eenzelfde kracht.