Press "Enter" to skip to content

Huis door de helft

Wie de afgelopen vijftien jaar ook maar iets met architectuur te maken heeft gehad, heeft ze voorbij zien komen: de halve huizen van Alejandro Aravena. Voor een sloppenwijk in de Chileense stad Iquique creëerde hij met een uitzonderlijk laag budget een woonwijk voor de allerarmsten. Met als unieke eigenschap dat de bewoners het halve huis zelf konden afbouwen. Aravena ontwierp met zijn bureau ELEMENTAL de aardbevingsbestendige basisvoorzieningen in de linkerhelft, de rechterhelft van de huizen liet hij steeds leeg. Resultaat: enorm inspirerende before-after plaatjes die de hele wereld over gingen. Aravena werd curator van de Biënnale in Venetië, won de Pritzker Prize en herhaalde het idee een aantal keer in Chili en Mexico. Tenslotte completeerde hij het concept van eigenaarschap en emancipatie door in 2016 de cadtekeningen online beschikbaar te stellen. Nu kan iedereen half-zelfbouw helemaal zelf bouwen.

Villa Verde, ELEMENTAL, 2013. Bron: Phaidon.com

Je kunt zo wat bedenkingen hebben. Allereerst over het nut van het project in Iquique, waarvoor een goed functionerende zelfgebouwde ‘sloppenwijk’ werd gesloopt. Wat is precies het verschil met voorheen? En als je dan toch aan het bouwen gaat, is het dan niet net zo makkelijk om deze kwetsbare doelgroep meteen een helemaal afgebouwd huis te geven?

De zelfbouwwijk in Iquique voor het project van Aravena. Bron: superstove.blogs.com

Ook kun je bedenkingen hebben bij de originaliteit van het idee. Half-zelfbouw is ook weer niet zo vernieuwend. John Habraken was zeer invloedrijk in de jaren zestig met zijn concept van de drager en inbouw: een ontworpen structuur waar mensen zelf invulling aan kunnen geven. Ook Yona Friedman tekende in die tijd veelvuldig aan zijn hangende structuren. Recenter en dichter bij huis werden naar idee van Frank Bijdendijk in Amsterdam de zogeheten Solids gerealiseerd: bestemmingsplanvrije gebouwcomplexen waar gebruikers het casco huren en verder zelf alles moeten inbouwen.

Yona Friedman. Bron: artibune.com

Waarom dan toch de immense aandacht voor de woningen van Aravena? Niet omdat het zo bijzonder is om van weinig geld een project te maken. Niet omdat zelfbouw zo uniek is. Maar misschien vanwege het briljante simplisme waarmee het conceptuele model vertaald is in architectuur. Hier geen complexe metalen constructies boven de straten van Parijs zoals bij Yona Friedman, maar hier ook geen onopvallend woonblok dat zich netjes voegt in het ritme van de straatwand, zoals bij de Solids. Hier staat het gebouw direct symbool voor het schema dat het representeert: de drager doen wij, de rest doe je zelf. Huis door de helft.

De half-zelfbouw projecten van Aravena zijn daarmee meer dan een intelligente oplossing voor betaalbare sociale woningbouw. Ze nodigen uit tot gedachten over het wezen van architectuur. Bijvoorbeeld: hoeveel moet je doen en hoeveel kun je loslaten. Kun je het gebouw openstellen voor invullingen die je als ontwerper niet bedacht hebt en misschien niet eens mooi vindt. Weliswaar geen nieuwe gedachten, maar wel uitzonderlijk helder tot uiting gebracht in de vorm van gerealiseerde gebouwen. Het is vrij uniek dat dergelijke ontwerpen niet veroordeeld bleven tot papieren architectuur.

De vervolgvraag is niet ver weg: wat zou er van dit concept worden wanneer het met veel budget voor een vermogende doelgroep werd uitgevoerd? Zou de afwisseling gebouw en niet-gebouw leiden tot een net zo divers beeld in materialiteit? Of zouden de vermogende bewoners met z’n allen een sjiek architectenbureau inhuren en een samenhangende gevel ontwerpen, waardoor de fijnmazige variëteit in het beeld zou verdwijnen? Stelt de ontwerper daar dan regels voor op of ondermijnt hij daarmee de basis van het idee?

Half-zelfbouw voor de rijke tweeverdiener…welke ontwikkelaar durft het aan?!

Reageer als eerste

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *